Ik ben weer achter iets gekomen over mezelf. Wat ik leuk vind is een ding zetten naast een ander ding. Het lijkt een beetje op de sketch van Monty Python. Maar in mijn geval gaat het niet zozeer om het zetten van een ding bovenop een ander ding. Het is meer dat ik het ernaast wil zetten.
Natuurlijk kan zoiets niet zonder dat het een effect heeft op het ander. Je kunt niet zomaar een ding zetten naast een ander ding. Het ene ding wordt anders, maar dat andere dus ook. Dat maakt het juist zo leuk.
Ik herinner me dat mijn vrouw een mooi boek schreef over haar emigratie en over de bewoners van dat land, de kunst die ze maakten. Dat kon natuurlijk niet, zeiden de uitgevers aan wie ze het stuurde. Je kunt niet zomaar een ding zetten naast een ander ding. Emigratie en kunst van de bewoners, dat zijn echt verschillende dingen!
Ja, het zijn verschillende dingen. Ik heb ervan geleerd dat je mijn grote talent niet zomaar te gelde kunt maken. Zet je twee dingen naast elkaar, dan kan het zijn dat ze niets met elkaar te maken hebben. Maar het kan ook zijn dat ze juist wel met elkaar te maken hebben. Dat is ook niet goed, want waarom zet je ze dan bij elkaar?
En zo is er dan bijna alweer een blog die over verschillende dingen gaat. Het gaat over mijn talent, het zetten van een ding bij een ander ding, en hoe leuk ik dat vind. Maar tegelijk gaat het over wat je daaraan hebt. Niet veel dus. Het is eigenlijk een nutteloos talent. Je moet er iets bij zetten, bij dat talent. Een ding, een ander talent.
Ja jongens, ik ben een lekker. Steeds heb ik gedacht dat ik me met mijn tamelijk ontoegankelijke taal wilde afschermen vanuit aristocratische neigingen en een esoterisch verleden. Maar ineens herinnerde ik me dat ik vroeger op zondagochtend bij mijn oma (opa) zat met neven, een enkele nicht en ooms. Er was een neef die af en toe rare dingen riep. Dat zit dus in de familie.
Je neemt je voor je in te houden, maar ineens roep je iets raars.
Ik dacht dat ik het geheim respecteerde. Maar het zal dus andersom zijn. Ik bouw mijn geheimzinnige blogs op om daarna te lekken. Het geheim is voorwaarde voor het lek. Het verklaart ook waarom ik dit publiceer. Publiceren is vaak een vorm van lekken. Je schrijft voor de zaak zelf, om inzicht te krijgen. Maar wat moeten anderen daarmee? Juist. Maar dan staat er een tekst en ineens druk ik op die oranje knop hierboven, 'Publiceren'. En daar staat het dan.
Heb ik het toch weer verklaard.
De dichter schrijft vanuit de geboorte, naar de top en naar de bestemming van de literatuur. Wie zou er niet jaloers op hem zijn? En dat schrijven is nog te weinig gezegd. De dichter was ook al verwoordend aanwezig bij de grote gebeurtenissen, liefde, oorlog, de grote gevoelens en de grote daden, ja zelfs de kleine gevoelens en de kleine daden. Daarenboven trad de dichter op, voor de verfijnden en de gewonen. En zo droeg de dichter bij aan de verfijning der gewonen en het gewoonworden van de verfijning.
Geen wonder ook dat er nog steeds zo'n gewijde sfeer hangt als de dichter voorleest uit eigen werk. De inleider weet de juiste toon te treffen met een mengeling van humor en analyse. Na afloop is er stilte. Ieder weet zich persoonlijk geraakt. Dat meld je niet en plein public maar persoonlijk aan de dichter. De bundel, geheel en al zonder winstoogmerk geschreven, wordt met grote sympathie aangeschaft en geschonken. Hapje en drankje ronden de sfeer prettig af.
Geheel haaks op deze positieve sfeer kruipt mijn jaloerse gevoel. Argumenten pro et contra warrelen op en slaan neer. Waarom heeft de dichter toch het voorrecht om volstrekt irrationeel te spreken? Wees blij dat er dichters zijn, en nog wel - pace Adorno - na Auschwitz! Moet poëzie niet voor zichzelf spreken, vanwaar toch dat gewijde aura? L'art pour l'art was al een quasi-religieuze idee, het hoort nu eenmaal bij de post-christelijke samenleving. Enzovoort. Kortom, ik ben aan het redeneren waar dat niet hoort.
Want dichten kan dan wel een spel zijn, het werkt toch vooral in op ons gevoel. Een gedicht creëert een stemming. Maar het sublimeert die stemming ook. Daar zit je dan, met je jaloerse, depressieve emoties, je cynisme. Maar de dichter spreekt, en je wordt zachtjes opgenomen in de gewijde sfeer. De emoties worden niet genegeerd, ze worden verwoord en opgetild. We glimlachen.
Het is even of die vervelende emotie er nooit geweest is, alsof hij is vergleden met de klinkers en medeklinkers. Zou de emotie alsnog opduiken, dan is hij een ongewenste verstoring. Daarvoor hebben we, na het gedicht, weer het proza, het theater, de barbaar. Hun functie is het om de overgang te markeren van de gewijde sfeer terug naar het leven, de schaterlach, de pijn, de dood, de verwarring. Maar jongens, niet te snel, niet al tijdens het gedicht, het o zo breekbare gedicht!
Soms begin ik te begrijpen dat vragen fout kunnen zijn. Het is me vaak verklaard, rechtstreeks of impliciet. Het heeft wel lang geduurd voordat ik erachter kwam. Vroeger werd me juist vaak verklaard dat ik vooral vragen moest stellen. Dat culmineerde in het adagium van de rabbijn die ons altijd voorhield: foute vragen bestaan niet.
Ik heb daar destijds geen vragen bij gesteld, wat misschien al een teken was dat ik, zij het in microscopische omvang, begon door te hebben hoe het zat omtrent het vragen. Inmiddels weet ik dat je mensen niet moet lastigvallen met dingen die je zelf geacht wordt te weten, dingen waar de ander geen antwoord op heeft of dingen die de ander allang weet. En zo zal er nog wel een hele reeks categorieën zijn van vragen die je beter niet kunt stellen.
Misschien dat vragen zo fout is omdat het iets heeft van een herkansing. De verklaring is al voorbijgekomen, maar je had hem gemist. Kan gebeuren, dan vraag je ernaar. Maar voor je het weet ga je rekenen op de herkansing en zie je de verklaring daardoor de eerste keer niet meer voorbijkomen. Je ongeconcentreerdheid wordt dan beloond en zal zich herhalen.
Vandaar dat de titel Verklaarme, dan niet qua titel, maar wel qua betekenis, aan herziening toe is. Verklaarme, het is het halsstarrige verzoek in reactie op een verklaring die allang gegeven is. Verklaarme, ja wat? verklaarme ... onverzadigbaar... ongeneeslijk...
De toon van mijn berichten is verongelijkt, vooral in deze serie. Verongelijkt verschilt maar in een à twee letters van verongelukt. Maar qua betekenis ligt er een kloof tussen. Verongelijkt betekent dat je voortdurend suggereert dat jou onrecht wordt aangedaan. In die zin lijkt het weer op het slachtofferschap waarvan ik mezelf eerder betichtte. Maar bij verongelijkt valt het accent meer op het vermeende karakter. Slachtofferschap kan echt zijn, verongelijkt is dat niet.
Uit het woord valt verder op te maken dat de spreker zijn onrecht vooral ervaart in het ongelijk krijgen. Dat ongelijk breidt zich als een smet over alles uit. Want bij het ongelijk in een kwestie voegt zich het ongelijk dat de spreker in die kwestie ongelijk heeft gekregen. In het geval van deze blog die u onder ogen heeft: ik krijg van niemand ongelijk, ik word niet aangevallen of bekritiseerd. Er ligt zelfs een permanente kans dat ik word verklaard, door u. Verklaarme immers.
Er is dus niets aan de hand. En dan is er ineens die zeurende toon die zich alinea's lang voortsleept. Aangeklaagde op zoek naar zijn aanklager en naar de aanklacht. De toon verbindt alle potentieel gezonde ingrediënten tot een soep die alles verwatert en verweekt. Er wordt in deze alinea's enige structuur gesuggereerd door de witregels. Maar nergens een toespitsing of pointe. Nergens ook een terugkoppeling naar het begin. Ook geen uitwaaiering overigens over boeiende thema's.
Zo sterft deze blog een stille, eerloze dood. Het enige wat overleeft is die toon. Die verongelijkte toon die zich voortzet in onze hoofden, als een muziek die maar geen muziek wil worden.
Ik begrijp wel, beste lezer, dat u graag wil beoordelen wat dit is. En daarvoor moet u toch echt eerst weten wat voor genre het is. Je kunt wel zeggen blog, maar er is al zoveel blogblog. En zoals de naam al zegt, daar hoort toch minstens iets in van een dag- of weekbeschrijving. Nou, dat staat er niet in. Dus daar zitten we al met een probleem.
Onder het mom van een blog gebeurt hier iets anders. Heeft meneer soms literaire pretenties dan? Zou kunnen, het is zo moeilijk tegenwoordig om uitgevers te overtuigen van je klasse. Dan gaat deze jongen blijkbaar voor zichzelf en de eerste de beste die het leest. Aan de andere kant spreekt er zo weinig zorg uit deze blogs, er is duidelijk niet aan geschaafd, dat het dan misschien wel literaire pretenties heeft maar niet aan de minimaalste qualificaties voldoet.
Ook dat hoeft geen probleem te zijn. Je kunt gewoon proza schrijven, je mening verkondigen, iets bijdragen aan het 'gesprek dat we zijn'. Maar dan moet die mening wel helder zijn, meneer Simons! En dat is hij bijna nooit. Dus kunnen we ook niet van opinievorming spreken. Duidelijk zat.
Column dan. Nee, niet anecdotisch genoeg.
Nu wordt het toch penibel. Want als het noch literaire fictie is noch nonfictie, dan breng ik mijn lezer duchtig in de problemen met zijn oordeel. En alsof dat niet erg genoeg is komt er nog een probleem bij. Stel dat we het genre van deze blogs helder kunnen afbakenen, dan kunnen we er soms niet omheen dat er allerlei kenmerken van andere genres doorheen sijpelen. Laten we het maar ronduit zeggen, Simons is parasitair bezig.
Ja, hierbij verklaar ik dat ik parasitair bezig ben, de grenzen der genres niet respecteer. Niet in naam van een hoger literair ideaal, niet in naam van de werkelijkheid van u en mij. Het is absoluut onhelder waar ik naartoe wil, binnen welke kaders ik me begeef. Geen wonder dat u in de war raakt, beste welwillende lezer. U bent gebaat bij heldere lijnen, anders kan ik ook geen helder oordeel van u verwachten.
Ik geef u slechts een hint. Ik ben nogal gecharmeerd van de aforistische stijl zoals die door een Schopenhauer en een Nietzsche of een Kierkegaard is beoefend. Dat trekt mij wel. Maar ik heb er een andere, minder edele motivatie bij. Ik werk graag mijn gedachte 'aus einem Guss' uit en slinger die dan meteen de ether in. Het is aan de lezer om te herkauwen, ik heb er geen tijd of puf voor. Dat geeft u weer het recht om deze blogs als niet ter zake doende aan de kant te schuiven. Maar ze nemen al geen plaats in, geen andere dan de virtuele plaats op uw scherm. Kortom, dit blijft tussen u en mij. U heeft dit niet gelezen.
Nog zo'n ding waar ik achter ben gekomen: dat ik mijn gevoel verberg. Hoezeer ik elders ook romantiseer over het ongezegde, de betekenis ervan verandert onmiddellijk zodra ik iets verberg wat had moeten worden gezegd.
Maakt het het erger of juist minder erg als ik er zelf geen erg in had? Het kan zijn dat ik door mijn onbewuste gevoel besprongen werd en me in een instinctieve reactie daartegen probeerde af te schermen. Bij nader inzien moet ik dan toegeven dat het gevoel wel degelijk een rol speelde. Dat verklaart wel waarom ik de ene keer wel expliciet, en de andere keer weer niet, inga op bijvoorbeeld gevoelens van verongelijktheid (slachtofferschap).
Maar het kan ook zijn dat ik met zoveel opzet en bewustzijn mijn gevoel opzij zette dat ik mezelf ermee heb overtuigd. De gevoelens zijn dan niet per ongeluk onbewust, maar met een teveel aan opzettelijkheid. Dat is in dubbele zin onvergeeflijk. Enerzijds omdat ik het gevoel onderdruk, anderzijds omdat ik de ander in feite laat zien dat ik lak aan hem heb, hem geen blik wil gunnen in mijn gevoel (terwijl ik dat natuurlijk ongewild toch doe).
Het wordt vaak aan intellectuelen verweten, aan filosofen, Joden ook (alsof er veel verschil is tussen deze drie aantijgingen; er bestaat een lange christelijke traditie van projectie van geest-letter op de verhouding Christen-Jood). Dat ze in hun hoofd leven, geen teksten van vlees en bloed schrijven, er zitten geen 'kloten' in. Hun manier van denken is abstract, terwijl anderen met hun poten in de modder staan. Ze onttrekken zich aan hun verantwoordelijkheid.
Het is dus meer dan alleen het verdringen en terugkeren van het onbewuste gevoel. Het is nauw verwant aan wat de Grieken 'hubris' noemden, de overmoed van de mens dat hij zich boven zijn menselijkheid wil verheffen. Daedalus die de val van zijn zoon voor lief neemt.
Op heel deze intellectuele, filosofische, 'Joodse' traditie ligt de bewijslast zich te verklaren, dit opzettelijke gebaar van zelfverheffing uit te leggen.
Zodra dit type intellectueel zegt 'Verklaarme' lijkt dat een open uitnodiging aan de lezer om zijn licht te laten schijnen op de intellectueel, door de intellectueel heen, zodat hij transparant wordt. Maar in feite hebben we hier waarschijnlijk met een list te maken. De intellectueel zegt met 'Verklaarme' in feite: werp het licht van de geest op me en zet dat om in een betoog, in letters. Met andere woorden, hij wil de ander omtoveren in ook zo'n intellectueel.
Het beste kun je op die mensen reageren met ultrakorte zinnetjes, of volhouden: ik voel dat nu eenmaal zo. Blijf dus vooral jezelf.