Al weken speelt door mijn hoofd dat ik oppervlakkig ben. Daarom moet ik er eens een blog aan wijden in deze serie, waarin ik commentaar geef op mijn eigen blogs. Ik probeer voor jou iets te verhelderen van wat ook voor mezelf meestal raadselachtig is. Niet omdat ik steeds de verrassing zoek, dat is me teveel Aristoteles, teveel filosofie, maar omdat het gewone evengoed of nog meer aanleiding kan zijn tot verklaring.
Een voorbeeld. Lees ik iets over contact, zoals in deze blog, dan spreekt het me erg aan dat Aristoteles aan de mens toeschrijft dat hij allerlei sensaties kan hebben, grove en subtiele, met alle gradaties daartussen. Als ik dus zaken probeer te nuanceren die ik tegenkom in het nieuws of in de filosofie, dan ben ik bezig met een specifiek menselijke vorm van contact. Dat zou ik nu kunnen denken. Wat staat me daarin tegen? Waarom wil ik niet per se, altijd en in elk geval, menselijk zijn?
Het heeft misschien te maken met schaamte, met het enorme overtal aan grofheden dat ons overspoelt, tenminste als je het nieuws vaak hebt opstaan. Subtiliteiten en nuances voelen dan al gauw aan als toedekking, met al die subtiliteit maken we onszelf en elkaar wijs dat we minder grof zijn dan we zouden kunnen denken. We zijn menselijk, dus we respecteren de mensenrechten, schieten geen raketten af op onschuldige burgers, steken geen azc's in de fik en praten dat niet goed etcetera. Al die zaken waarmee we ons compromitteren alleen al omdat we zo hechten aan democratie, procedures, altijd in gesprek blijven...
Deze gedachten zouden kunnen verklaren waarom ik zo hecht aan oppervlakkig contact. Want dat heb ik ontdekt, de afgelopen weken of jaren. Al mijn blogs, mijn manier om boeken te lezen en mijn manier om me te verhouden tot mijn werk, de instituties en andere mensen, koesteren het vluchtige contact. Weer een voorbeeld: vrienden gaven me terug dat ik in mijn blogs wel erg veel associeerde. Ik denk dat ze bedoelden dat ik zelden iets uitdiepte, ik vermeed de kwesties waar ik in dook door ze meteen al te relateren aan andere kwesties, zodat de kwestie (in kwestie) oploste in die andere kwesties, en die ook weer, zodat ik in feite de toegang tot elke kwestie blokkeerde.
Ik zou het ook zo kunnen zeggen. Met mijn blogs zoek ik contact met de wereld, met wat zich aan me voordoet, de boeken die ik krijg en waar ik iets mee moet. Maar het brengt me vooral tot tragische of komische inzichten, inzichten of vragen die me niet verder helpen. Met het op de spits drijven van teksten of ideeën dringen we niet echt tot die dingen door, maar geven we onszelf te kennen als toeschouwers. We huilen of lachen, of gebruiken onze emoties om een soort gezuiverde neutraliteit te bereiken. Zoals bij Aristoteles dus, de Aristoteles van de katharsis, de zuivering der emoties (mysterieus met suggestie van transparantie...).
Wellicht ook daardoor heb ik steeds vertrouwen gehouden in oppervlakkigheid, het raken aan zaken waarmee ik me niet meer dan nodig wil compromitteren. Deze houding heb ik (terecht of niet) overgehouden van dingen zoals zen, of van de moderne cultuur, whatever. Je houdt van een houding waarin je je niet hecht aan zaken. Ze zijn er, ze verdienen je mededogen of liefde, maar ze gaan voorbij, ook de dingen of mensen die je liefhebt. Alleen als passant kun je houden van de wereld, omdat de wereld aan je voorbijtrekt, en jij aan de wereld voorbijtrekt.
Blijft over dat ik toch graag schrijf over dingen die ik tegenkom, boeken enzo. Het kan afstandelijk overkomen, of hermetisch, of vluchtig. Zeker. Ik moet daar nog eens goed over nadenken. Maar eerst heb ik het maar eens vastgesteld. Dat is voor een blog al heel wat.
![]()
Ha Anton, dank voor je mooie ontboezeming of was het wel een schuldbekentenis? Weet wel dat ik mijn contact met jou nooit vluchtig of als iets wat voorbijgaat zal beschouwen. Ik kan mij geen wereld zonder Anton voorstellen. Jouw teksten als stroom zijn blijvertjes, voor mij zeker. Maar het is zeker zo dat die teksten iedere keer op ploppen en weer voorbijgaan. Ik herinner mij na een tijd vooral de sfeer van jouw schrijfsels en sommige opmerkingen daarin. Maar gaat dat niet zo met alles wat je leest. Deze week las ik weer teksten van Foucault die ik vorig jaar ook las voor mij college. Ik had weer het gevoel dat ik die teksten nu veel beter begreep dan vorig jaar, maar dat was vorig jaar ook zo en zo verder. Ons geheugen is een mysterie. Alle goeds en amicale groet van Martien.
BeantwoordenVerwijderen